Vermogen
Om successierecht te besparen kunt u onder meer gebruikmaken van schenkingen en het huwelijksvermogensrecht. Daarnaast is het testament een belangrijk middel om het te heffen successierecht te beïnvloeden.
De wetgever heeft vanaf 1 januari 2003 de bescherming van de langstlevende echtgenoot in de wet opgenomen. Indien een ouder bij zijn overlijden een echtgenoot en tenminste één kind als erfgenaam nalaat, bepaalt de wet dat de langstlevende echtgenoot automatisch de vrije beschikking heeft over de gehele nalatenschap. De langstlevende krijgt de eigendom van alle goederen van de nalatenschap toegedeeld, onder de verplichting alle schulden van de nalatenschap te voldoen. De kinderen krijgen ‘op papier’ hun kindsdeel berekend in de vorm van een vordering (in geld) op de langstlevende echtgenoot. Deze vordering is niet opeisbaar gedurende het leven van de langstlevende echtgenoot, tenzij deze failliet raakt (of in surseance van betaling komt te verkeren).
De vorderingen van de kinderen kunnen een zeer bescheiden inflatiecorrectie in de vorm van een rente, die de wetgever heeft gesteld op de wettelijke rente (van jaar tot jaar) min 6%. Dus bij een wettelijke rente van 8% bedraagt de rentevergoeding over de kindsdelen effectief 2%. Deze rentevergoeding is evenmin opeisbaar als de vordering zelf.
Fiscaal is deze wijze van verdeling van de nalatenschap geneutraliseerd. De vorderingen van de kinderen worden niet in hun aangifte voor de inkomstenbelasting meegeteld in box 3. Evenmin de – niet-opeisbare – rentevergoeding. Daarentegen mag de langstlevende echtgenoot deze schulden (vordering en rente) aan de kingeren niet in mindering brengen op het eigen vermogen.
Aan de nieuwe wettelijke verdeling kleeft een nadeel dat naar voren komt als de weduwe/weduwnaar besluit te gaan hertrouwen. Indien dit nieuwe huwelijk in gemeenschap van goederen wordt gesloten, zal het hele vermogen (incl. de nalatenschapsgoederen van de eerstoverleden echtgenoot) daarin worden genomen. Indien vervolgens de nieuwe echtgenoot de ander overleeft, zal wederom de wettelijke verdeling zoals hiervoor beschreven aan de orde zijn. De tweede echtgenoot erft uiteindelijk het hele vermogen uit het eerste huwelijk. Dit betekent dat daardoor ook de familiebezittingen (horloge, trouwring, schilderij, meubelstuk, boeken etc.) in een vreemde familie terechtkomen. De eigen kinderen ontvangen hun erfdeel (zowel van vaderszijde als van moederszijde) slechts in een geldsom.
De oplossing voor dit probleem is de creatie van wilsrechten. Ieder van de kinderen heeft het recht goederen uit de nalatenschap van de overleden ouder aan te wijzen ter uitbetaling op de vordering. Dit recht komt het kind pas toe als de langstlevende echtgenoot gaat hertrouwen. Ook bij het overlijden van de tweede ouder ontstaan dergelijke wilsrechten jegens de stiefouder/-familie.
De wetgever laat slechts heel beperkt toe dat inbreuk wordt gemaakt op de wettelijke verdeling. Zo mag – bij testament – het rentepercentage worden gewijzigd, een stiefkind worden gelijkgetrokken met eigen kinderen. Ook kunnen bij testament de redenen waardoor de vorderingen van de kinderen tijdens het leven van de langstlevende echtgenoot opeisbaar worden, worden uitgebreid. Overigens kan de langstlevende echtgenoot met ieder kind afzonderlijk ook een – van de wet of testament – afwijkende rentevergoeding overeenkomen. Indien zij dit binnen de aangiftetermijn voor het recht van successie overeenkomen (gebruikelijk 8 maanden na het overlijden), dan wordt de nader overeengekomen rente niet als een schenking beschouwd.
Ook kan bij testament de omvang van het erfdeel van de langstlevende en de kinderen worden gewijzigd. Dat biedt enerzijds mogelijkheden om zoveel mogelijk de – grote – vrijstelling voor het successierecht van de langstlevende echtgenoot te benutten. Anderzijds kan ook een kind geheel worden onterfd. Een kind dat – bij testament - is onterfd, is evenwel niet geheel zonder recht. Ook in het nieuwe erfrecht heeft ieder kind recht op een minimum – wettelijk – erfdeel (legitieme portie) ter grootte van de helft van het erfdeel van dat kind volgens de wet. Dit minimum erfdeel kan een kind altijd van de nalatenschap claimen, waardoor een geldbedrag aan het onterfde kind toekomt. Een kind kan trachten zich beperkende clausules met betrekking tot zijn/haar erfdeel te ontdoen door een beroep te doen op de legitieme portie.
Om het minimum erfdeel ook daadwerkelijk uitgekeerd te krijgen, zal het kind snel en volgens de regels van de wet moeten handelen. De wetgever stelt als sanctie in geval van verzet door een kind tegen bepaalde – beperkende – clausules in het testament dat het kind de legitieme portie verspeeld.
Bij testament kan – beperkt – van de wettelijke verdeling worden afgeweken, dan wel op geheel andere wijze de nalatenschap worden verdeeld. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door een vruchtgebruik ten behoeve van de langstlevende echtgenoot te creëren. Door het testament kan worden voorkomen dat het vermogen onnodig twee keer of vaker vererft en er telkens successierecht moet worden betaald.
Er bestaan verschillende soorten vruchtgebruiktestamenten. Het basistestament houdt in dat de langstlevende een vruchtgebruik krijgt van (alle) goederen van de nalatenschap. Dit betekent dat alle inkomsten uit het vermogen (bijvoorbeeld rente, dividend) aan de langstlevende toekomen. De kinderen worden meestal als enige erfgenamen aangewezen, onder de last van het vruchtgebruik. Zij krijgen alle goederen van de nalatenschap onder deze last op naam. We noemen hen ‘blote eigenaren’.
Gevolgen voor het successierecht
Het successierechtelijk voordeel van het vruchtgebruik bestaat hierin dat de eventuele waardegroei van de goederen vanaf het overlijden van de eerststervende ouder aan de kinderen ten goede komt. Deze waardestijging wordt niet met successierecht belast. Een vruchtgebruik vervalt automatisch als de langstlevende overlijdt. Dan verkrijgen de kinderen de volledige eigendom van de goederen. De hiervoor besproken wettelijke verdeling daarentegen heeft tot gevolg dat bij het overlijden van de eerste echtgenoot de langstlevende recht heeft op het gehele vermogen. De waardestijging van het vermogen komt dan ook aan de langstlevende toe en wordt in beginsel in de heffing van successierecht betrokken als deze is overleden. Een bijzondere variant van het vruchtgebruiktestament is het 'Ik-vader-testament'. Hierbij krijgen de kinderen en de laatste ouder ieder een gelijk deel. Vervolgens vindt een herverdeling plaats zodanig dat de langstlevende en de kinderen allen in dezelfde tariefschijf voor de belastingheffing vallen. Deze 'verdeling' moet optimaal zijn. Het deel van de langstlevende dat in dezelfde tariefschijf valt, wordt dan toegerekend aan de kinderen. Althans voorzover de kinderen daardoor niet in een hoger tarief terechtkomen. Gevolg van dit alles is dat per saldo hetzelfde bedrag aan successierecht wordt betaald, maar dat de kinderen een groter deel van de nalatenschap krijgen. Over dat extra deel behoeven zij bij overlijden van de langstlevende geen successierecht meer te betalen. De langstlevende krijgt zijn of haar deel uitgekeerd in de vorm van een vruchtgebruik. Deze testamentvorm is zuiver door fiscale overwegingen ingegeven en beoogt niet de langstlevende te verzorgen.
Gevolgen voor de inkomstenbelasting
De wijze waarop voor de inkomstenbelasting het vruchtgebruik wordt belast bij de langstlevende en de blote eigendom bij de kinderen, wordt bepaald door de onderliggende vermogensbestanddelen. Bewoont de vruchtgebruiker/langstlevende ouder de ouderlijke woning op grond van dit recht van vruchtgebruik, dan is voor hem/haar de eigenwoningregeling van toepassing over de volle-eigendomswaarde van het pand. De blote eigenaren worden daarnaast jaarlijks in box 3 belast met 1,2 procent over de blote-eigendomswaarde van de woning. Het vruchtgebruik en de blote eigendom kunnen ook betrekking hebben op zogeheten aanmerkelijk belangaandelen. De vruchtgebruiker wordt over de uitgekeerde dividenden belast in box 2 met 25 procent. Nadeel van een vruchtgebruik op aanmerkelijk belangaandelen onder het huidige boxensysteem is dat het verlies dat ontstaat door het overlijden van de vruchtgebruiker, niet kan worden verrekend met inkomsten uit andere boxen.
Hebben het vruchtgebruik en de blote eigendom betrekking op vermogensbestanddelen die thuishoren in box 3, dan worden de vruchtgebruiker/langstlevende ouder en de blote eigenaren jaarlijks belast met een heffing van 1,2 procent over de waarde van hun bezitting. Voor de waardering daarvan kent de inkomstenbelasting specifieke waarderingsregels. Inboedelgoederen blijven bij de vruchtgebruiker altijd buiten de forfaitaire rendementsheffing. Een vruchtgebruiktestament kan dus wel tot besparing van successierecht leiden, maar daartegenover laten zich met ingang van 1 januari 2001 mogelijk nadelige gevolgen voor de inkomstenbelasting zien. Bespreek deze onderwerpen met uw notaris!
Flexibel testament
Het lijkt erop dat echtgenoten met kinderen die een testament willen maken maar twee mogelijkheden hebben: òf de wettelijke verdeling òf het vruchtgebruiktestament. Er is echter ook een combinatie mogelijk. Naast de wettelijke verdeling heeft de langstlevende de mogelijkheid bepaalde goederen uit de nalatenschap te kiezen (een keuzelegaat) en/of een vruchtgebruik van de gehele of van een gedeelte van de nalatenschap. Welke van beide varianten zal worden uitgevoerd, wordt pas bepaald na het overlijden van een van de echtgenoten. De keuze ligt uiteindelijk bij de langstlevende. Op het moment dat de keuze wordt gemaakt moet een aantal zaken immers duidelijk zijn: de uiteindelijke omvang van het vermogen, de leeftijd van de langstlevende, wellicht een inschatting hoe lang deze nog te leven heeft, gelet op zijn/haar gezondheid. Is de levensverwachting – statistisch gesproken – kort, dan heeft de rentegroei op de schuldig gebleven erfdelen van de kinderen, die de wettelijke verdeling kenmerkt, nagenoeg geen fiscaal voordelig resultaat meer. Wellicht is het dan zinvol om vermogensbestanddelen naar de kinderen te schuiven, onder voorbehoud van het vruchtgebruik ten behoeve van de langstlevende. In de wet is geregeld dat de langstlevende echtgenoot binnen 3 maanden na het overlijden de wettelijke verdeling ongedaan kan maken. Met andere woorden: de erflater kan de acceptatie van de verdeling overlaten aan de langstlevende, al dan niet samen met de kinderen. 'Nadat de langstlevende echtgenoot deze verklaring bij de notaris heeft afgelegd, kan gebruik worden gemaakt van de alternatieve varianten die in het testament zijn opgenomen. Als de verdeling niet meer bestaat, kan er met vermogensbestanddelen worden 'geschoven'. In het testament kan als alternatief een keuzelegaat en/of een vruchtgebruiklegaat ten behoeve van de langstlevende zijn opgenomen. De langstlevende kiest die boedelbestanddelen die hij (of zij) op naam wil hebben krachtens dit keuzelegaat. Voorts kiest de langstlevende die vermogensbestanddelen die hij onder vruchtgebruik wenst. Afhankelijk van de verwachtingen omtrent de waardeontwikkeling worden de goederen 'verdeeld'. Goederen die de langstlevende verbruikt, bijvoorbeeld saldotegoeden of goederen met een geringe waarde(stijging), worden door hemzelf gekozen. Goederen met een verborgen meerwaarde gaan naar de kinderen, eventueel belast met vruchtgebruik ten behoeve van de langstlevende, wanneer deze het genot van de opbrengst wil behouden (effecten) of van de zaak zelf (woonhuis).
Duidelijk mag zijn, dat bij een zorgvuldige planning waardevolle vermogensbestanddelen slechts eenmaal in de heffing van het successierecht worden betrokken, namelijk in de nalatenschap van de eerststervende echtgenoot.
Gevolgen voor de inkomstenbelasting van het keuze-/vruchtgebruiklegaat
Indien gekozen wordt voor het keuzelegaat, kan het zijn dat ook hier vorderingen van de kinderen ontstaan. Dit is het geval indien bepaald is dat de langstlevende de waarde van de gekozen vermogensbestanddelen schuldig kan blijven tot aan zijn overlijden (de inbreng wordt schuldig gebleven). In dat geval draagt de inbrengschuld meestal een jaarlijkse enkelvoudige rente. De vorderingen worden dan fiscaal niet genegeerd, zoals bij de wettelijke verdeling. De kinderen zullen de vorderingen onder alle omstandigheden tot de rendementsgrondslag van box 3 dienen te rekenen. Ze worden daarover jaarlijks belast met 1,2 procent. De schuld van de langstlevende moet worden toegerekend aan de diverse vermogensbestanddelen en afhankelijk daarvan is de rente al dan niet aftrekbaar. Indien de schuld betrekking heeft op vermogen in box 3, dan wordt deze op de waarde daarvan in mindering gebracht. De rente die over dit deel van de schuld wordt betaald, is niet aftrekbaar. Heeft de schuld betrekking op het hoofdverblijf of op aanmerkelijk belangaandelen, dan is de rente wél aftrekbaar in respectievelijk box 1 en box 2. De jaarlijkse rentevergoeding kan ook door de langstlevende worden bijgeschreven. De renteschuld is dan voor de inkomstenbelasting bij de erfgenamen in box 1 respectievelijk box 2 aftrekbaar op het moment dat de laatste ouder is overleden. Op het moment van verrekening (in de nalatenschap van de langstlevende) van renteschuld en rentevordering wordt namelijk de rente door de erfgenamen voldaan. Afhankelijk van de concrete situatie (de samenstelling van het vermogen van de ouders), kunnen met een keuzelegaat tegen inbreng van de waarde, in combinatie met een rentevergoeding door de langstlevende, fiscale voordelen worden behaald. Ook hier doet u er goed aan een en ander met uw notaris door te spreken.
Uitsluitingsclausule
De erflater of schenker heeft de bevoegdheid om aan datgene dat hij of zij aan iemand nalaat of schenkt de voorwaarde te verbinden dat die verkrijging niet in een huwelijksgemeenschap valt. De schenking of erfenis blijft te allen tijde het privé-bezit van de ontvanger. De uitsluitingsclausule kan niet door de kinderen, bijvoorbeeld bij het wijzigen van huwelijkse voorwaarden, terzijde worden geschoven. Bij overlijden van een kind valt de verkregen erfenis of schenking buiten de huwelijksgemeenschap en vergroot deze daardoor diens nalatenschap. Dit kan uit successierechtelijk oogpunt wel eens vervelend uitpakken. Om te voorkomen dat de kinderen worden belemmerd bij hun successieplanning, kan de uitsluitingsclausule achterwege worden gelaten of worden genuanceerd door aanvullend te bepalen dat de gevolgen ongedaan worden gemaakt als het huwelijk van het kind door zijn/haar overlijden wordt ontbonden.
Voor meer informatie kunt u terecht bij Ligne Netwerk Notarissen te Steenbergen.



