Schenkingen
Schenkingen komen in verschillende hoedanigheden voor. U kunt een schenking doen in geld of in goederen: onroerend goed, effecten (beursaandelen, obligaties, aandelen in groeifondsen of beleggingsinstellingen), aanmerkelijk belangaandelen of kunst en antiek. Kwijtschelding op een vordering, bijvoorbeeld wegens uitgeleend geld aan uw kind, is ook een schenking. Bij de keuze welke vermogensbestanddelen u wilt overdragen, spelen persoonlijke overwegingen een rol maar ook fiscale: u bereikt de grootste belastingbesparing met een schenking van vermogensbestanddelen die in de toekomst naar verwachting sterk in waarde zullen stijgen. Verder is niet alleen schenkingsrecht van belang, ook andere belastingen kunnen een rol spelen, zoals overdrachtsbelasting bij overdracht van onroerend goed en inkomstenbelasting. Het is verstandig een schenking altijd bij notariële akte te doen omdat de schenking anders gemakkelijker ongeldig te verklaren is.
Zo is bijvoorbeeld voor de fiscus de schenkingsdatum van belang bij de 180-dagen-termijn, die hierna aan de orde komt. Het kan ook zijn dat u aan de schenking voorwaarden wilt verbinden. Denk bijvoorbeeld aan een uitsluitingsclausule (die ook hierna wordt behandeld). Gaat uw kind scheiden, dan zal een advocaat van de 'ex'-schoonzoon of -schoondochter een bewijs vragen dat een dergelijke clausule inderdaad is gemaakt.
Als gezegd is voor de fiscus de zogenaamde 180-dagen-regeling van belang. De Successiewet maakt hiervan gebruik om te voorkomen dat men in het zicht van overlijden nog een voordeeltje behaalt door een deel van het vermogen te schenken in plaats van te laten vererven. De regeling houdt in dat schenkingen die binnen een periode van 180 dagen vóór het overlijden van de schenker zijn gedaan, voor de berekening van het verschuldigde successierecht alsnog bij zijn nalatenschap worden opgeteld. Hiervan is uitgezonderd de eenmalig verhoogde vrijstelling die u aan kinderen tussen hun 18e en 35e verjaardag kunt doen (in 2004 bedraagt deze vrijstelling € 21.209,00). Het eventueel reeds betaalde schenkingsrecht kan wel met het dan verschuldigde successierecht worden verrekend, maar het behaalde tariefsvoordeel en de eventuele vrijstelling voor het schenkingsrecht zijn verloren.
Bij het doen van een schenking is het verstandig met uw notaris te overleggen welke voorwaarden eventueel aan de schenking kunnen worden verbonden en zonodig schriftelijk kunnen worden vastgelegd. Gedacht kan worden aan de volgende bepalingen: de uitsluitingsclausule en het bewind.
De uitsluitingsclausule
Veel ouders gunnen hun kinderen graag een voordeel, maar willen niet dat vervolgens na een echtscheiding de ex-echtgenoot van hun kind recht heeft op de helft van de schenking. Dit zou het geval zijn als uw kind in algehele gemeenschap van goederen was gehuwd. Om dergelijke ongewenste gevolgen te voorkomen, kan bij de schenking worden bepaald dat het geschonkene en de opbrengsten daarvan niet zullen vallen in een (huwelijks)gemeenschap waarin uw kind is gehuwd of ooit gehuwd zal zijn. Dit kan ook gelden ingeval uw kind als partner is geregistreerd. Let wel: een samenlevingsovereenkomst is iets anders en staat hier los van.
En hoe is de situatie als u geld overhandigt of overmaakt dan wel effecten overschrijft? Ook dan moet kunnen worden bewezen dat de schenking 'onder uitsluiting' is gedaan en dan is het goed dat de schenking en de uitsluitingsclausule schriftelijk zijn vastgelegd. Het is verstandig om dit door de notaris te laten regelen opdat het stuk bewaard blijft.
Als u nu op het idee komt om in het verleden gedane schenkingen alsnog op deze wijze vast te leggen met uitsluitingsclausule, heeft dat helaas geen zin. De clausule moet volgens de wet 'bij (het doen van) de gift' worden bedongen.
Het bewind
Het kan voorkomen dat u van mening bent dat de begiftigde nog niet de volledige verantwoordelijkheid kan dragen voor de geschonken goederen. Dit kan te maken hebben met de leeftijd, de persoonlijke situatie van het kind, of het uitgavenpatroon van de begiftigde. Houdt u er rekening mee dat jongeren volgens de wet op achttienjarige leeftijd bevoegd zijn zelfstandig over hun geld te beschikken. Desgewenst kan de schenker de geschonken goederen geheel of gedeeltelijk onder bewind stellen. Er is dan een bewindvoerder, bijvoorbeeld de schenker zelf, die nog gedurende een bepaalde periode de touwtjes in handen houdt.
Kleinkinderen
Niet alleen schenkingen aan kinderen, maar ook aan kleinkinderen kunnen interessant zijn, vooral wanneer de kinderen het vermogen zelf niet nodig hebben. Het vermogen kan dan een generatie overslaan en wordt bij overlijden van de kinderen niet nogmaals belast met successierecht. Wel dient u op het volgende bedacht te zijn: schenkingen van ouders aan kinderen worden bij elkaar geteld als deze binnen de loop van één jaar zijn gedaan. Voor schenkingen aan kleinkinderen wordt deze periode verlengd tot twee jaar. Het belastingtarief dat geldt voor kleinkinderen is het percentage dat geldt voor kinderen, vermeerderd met zestig procent (van die belasting). Voor schenkingen aan kleinkinderen geldt (slechts) een vrijstelling per kleinkind van € 2.546,00 (2004) per twee jaar. Een vergelijking: de (“gewone”) jaarlijkse vrijstelling voor kinderen bedraagt € 4.243,00 (2004).
De vrijstelling voor het successierecht is veel hoger; deze bedraagt € 8.483,00 (2004) per kleinkind. Het kan interessant zijn om bij testament aan de kleinkinderen te schenken; dat heet dan 'legateren'. Legaten gelden als aftrekpost in de nalatenschap, zodat de kinderen daarover geen successierecht verschuldigd zijn. De kleinkinderen ontvangen het legaat belastingvrij, indien dit niet groter is dan de vrijstelling.
Wie betaalt het schenkingsrecht?
Bij de betaling van schenkingsrecht geldt als hoofdregel dat de begiftigden, bijvoorbeeld uw (klein)kinderen, het schenkingrecht verschuldigd zijn. Het is evenwel ook mogelijk dat de schenker het schenkingsrecht voor zijn rekening neemt. Men noemt dit: 'de schenking geschiedt vrij van recht'. In feite gebeurt het volgende: u geeft een bedrag aan uw kind, waarover hij (of zij) schenkingsrecht moet betalen. Doordat u dit recht eveneens wilt betalen, schenkt u dit dus eigenlijk ook. Over deze extra 'schenking' moet uw kind opnieuw schenkingsrecht betalen, dat u weer voor uw rekening neemt. Wie hierover nadenkt, komt vrij snel tot de conclusie dat er een oneindige reeks van steeds kleinere schenkingen ontstaat. De wetgever heeft hiervoor een oplossing bedacht. U schenkt het bedrag én het schenkingsrecht; dit heet het primaire recht. Over het geschonken bedrag en het (eenmalig te heffen) primaire recht wordt dan het uiteindelijk verschuldigde recht berekend. Bij grotere schenkingen (en dus bij een hogere progressie) kan een schenking vrij van recht fiscaal voordeel opleveren.



