Samenwonen
Ongehuwd samenleven wordt steeds populairder. Bij jongeren vaak als mogelijk opstapje naar het huwelijk; bij ouderen omdat zij niet nog eens een huwelijk (of geregistreerd partnerschap) willen aangaan. Daar zitten voordelen aan, maar ook nadelen.
Samenwoners moeten juridische zaken zelf regelen
De afgelopen jaren is de wetgeving met betrekking tot samenwoners ingrijpend veranderd. In 2001 werd voor deze groep de Wet op de Inkomstenbelasting gewijzigd. In 2002 veranderde de Successiewet en een jaar later werd een nieuw erfrecht ingevoerd. Het is te begrijpen dat veel samenwoners niet precies weten wat al deze wijzigingen voor hen betekenen.
Een ding staat voorop: zomaar gaan samenwonen schept op zich geen juridische band tussen partners. Dit heeft niet alleen nadelen. Het voordeel is dat er geen onbedoelde verplichtingen ontstaan voor erfenissen of huizen, alimentaties of (opgebouwde) pensioenrechten.
Maar daarin schuilt natuurlijk ook weer een nadeel: ten opzichte van elkaar hebben de partners geen rechten. Als ze die wel willen, zullen zij die zelf, op eigen initiatief, moeten regelen. Vaak doen ze dat met een samenlevingscontract of simpelweg een testament. Slechts in een enkel geval biedt de wet een helpende hand. Denk daarbij onder andere aan het mogen geven van opdrachten aan een behandelend arts als de partner zelf niet voldoende in staat is zich te uiten.
Wat zijn de belangrijkste punten waaraan samenwoners zouden kunnen denken?
Hypotheekrente
Sinds 2001 kent de inkomstenbelasting ook het begrip partner. Fiscale partners kunnen de aftrek van hypotheekrente van de eigen woning naar eigen believen verdelen. Stel dat Boris en Maud met elkaar samenwonen en dat Boris eigenaar van een huis is. Normaal zou Boris de hypotheekrente kunnen aftrekken. Kiezen zij er echter voor om ook in fiscale zin als elkaars partner aangemerkt te worden, dan kan Maud ook een gedeelte (of zelfs: alle) betaalde hypotheekrente aftrekken.
Gezamenlijke woning
Als je samen eigenaar bent van een huis, is iedere partner in beginsel voor de helft eigenaar van dat huis. Als de partners uit elkaar gaan en het is de bedoeling dat de ene partner de andere 'uitkoopt', maakt het fiscaal uit hoe je die uitkoopt noemt.
Stel dat Boris en Maud ieder voor de helft eigenaar zijn van een huis. Als zij uit elkaar gaan en Maud de volledige eigendom van het huis moet krijgen, kan zij Boris' helft kopen. Echt handig is dat niet: Maud zal over de helft van de waarde van het huis (het gedeelte van Boris) overdrachtsbelasting (6%) verschuldigd zijn. Beter was het als Boris en Maud hadden afgesproken het huis te verdelen: Maud krijgt het huis, Boris krijgt zijn helft in geld uitgekeerd. Omdat wij het nu hebben over 'verdelen' in plaats van 'kopen', is er geen overdrachtsbelasting verschuldigd.
Medische zaken
Omdat ongehuwd samenwonen al vele jaren een maatschappelijk geaccepteerd verschijnsel is, kent de wet nu al geruime tijd het begrip levensgezel. Aan de levensgezel wordt een aantal rechten toegekend. Bijvoorbeeld het recht om opdrachten te geven aan een behandeld arts als de partner niet in staat is te praten of beslissingen te nemen. Maar wanneer ben je nu precies iemands levensgezel? Naar mate de samenleving langer duurt, zal die vraag gemakkelijker te beantwoorden zijn. Indien iemand duidelijk wil hebben dat zijn partner ook levensgezel is in de zin van de wet, is het verstandig om daar een opmerking over te maken in het samenlevingscontract.
Erfgenaamschap
Als je samenwoont, wordt je niet automatisch elkaars erfgenaam. Dat gebeurt pas als er een testament gemaakt is, waarin de partner tot erfgenaam is benoemd. Het nieuwe erfrecht biedt op dit punt dus geen veranderingen. Wat wel nieuw is, is de mogelijkheid om je partner een sterkere bescherming te geven ten koste van je eigen kinderen. Als dat gewenst is, moet men aan de volgende voorwaarden voldoen:
In het testament moet uitdrukkelijk bepaald zijn dat het erfdeel van de kinderen niet opeisbaar is zolang de partner blijft leven.
De partners moeten een notariële samenlevingsovereenkomst hebben.
Successierechten
Als iemand door het overlijden van zijn partner iets uit diens nalatenschap verkrijgt, zullen de te betalen successierechten niet misselijk zijn. De verkrijgende partner betaalt ten minste 41% en ten hoogste 68% aan successierechten. Er is een kleine vrijstelling. Naarmate de samenleving langer duurt, wordt de regeling fiscaal vriendelijker. Zo klimt de vrijstelling in het tweede jaar van de samenwoning van ongeveer € 100.000,- naar ongeveer € 500.000,- in het vijfde jaar. In het vijfde jaar van de samenwoning worden de tarieven bovendien gunstiger (5% oplopend tot 27%), net als bij echtgenoten.
Er bestaat sinds 2001 ook een versnelde mogelijkheid voor samenwoners om in aanmerking te komen voor het gunstige tarief en de maximale vrijstelling. Zij moeten dan aan de volgende voorwaarden voldoen. Er moet een notarieel samenlevingscontract zijn (waaruit blijkt dat zij zich beiden verplicht voelen elkaar te verzorgen) én volgens de Basisadministratie Persoonsgegevens ten minste zes maanden direct voorafgaand aan het overlijden op hetzelfde woonadres ingeschreven hebben gestaan en bovendien de afgelopen vijf jaren- of zoveel korter als de relatie heeft geduurd- hebben gekozen voor het zijn van elkaars partner in fiscale zin.
Voor meer informatie kunt u terecht bij Ligne Netwerk Notarissen te Steenbergen.



